Kloostertuinkruiden

Kruiden zijn een zegen voor de mensheid,

Zij behoren tot de wereld van de kleine dingen die onsterfelijk zijn.

Dichter Werumeus Buning

 

 

 

Kloosterkruiden en hun geschiedenis

Christenen bepalen in een concilie in 325 dat grote kloostergemeenschappen zieken moeten opnemen en verzorgen als teken van naastenliefde en barmhartigheid. Grote abdijen worden dan ook vaak gasthuizen voor zieken.

Benedictus van Nursa (480-547), de vader van de monniken in het Westen, stichtte de eerste abdij in Monte Cassino. Men kan zeggen dat daar de kloostergeneeskunde op bescheiden wijze begon. De kruidenkennis van de monniken baseerden zij op Arabische, Griekse en Latijnse geschriften.

Karel de Grote (742-814) liet in 812 een gewassenlijst samenstellen met de naam ‘Capitulare de Vilis’ met 72 nutsplanten: kruiden, groenten en bomen. Hij stimuleerde het planten van deze soorten bij kloosters en keizerlijke domeinen om zo in een eigen voedselproductie te kunnen voorzien en geneeskrachtige kruiden bij de hand te hebben.

Hildegard von Bingen

De kennis over kruiden is door Arabische artsen en in abdijen opschrift gesteld of met de hand gekopieerd. Eén van de bekendsten die haar ideeën vastlegde, was Hildegard von Bingen (1098-1179). Zij schreef over ruim 120 kruiden in haar boeken “Physica en Causae et curae”. Zij meende dat lijf en geest samengaan. Men beschouwt haar wel als de eerste schrijvende Duitse arts. Na haar kwamen andere religieuzen die in kloosters en abdijen hun kruidenkennis op schrift stelden, zoals de dominicaan Albertus Magnus (1193-1280): ‘De naturis reum’.

Apothekerstuin

De functie van kruidentuinen met geneeskrachtige kruiden bij kloosters werd in de 16e en 17e eeuw overgenomen door apothekers. Bij opkomende universiteiten werden aparte kruidentuinen aangelegd. Er kwamen gasthuizen, voorlopers van ziekenhuizen en medische centra. Soms dienden oude kloosters (met grond) daarvoor als basis.

Helend heilzaam

De Zweeds arts en plantkundige Linnaeus (1707-1778) besloot om elke plant een Latijnse naam te geven, om zo tot een internationaal wetenschappelijk systeem te komen. Planten waarvan met veronderstelde dat ze een heilzame geneeskrachtige werking hadden, kregen de toevoeging ‘officinalis’. Veel kruiden hadden inmiddels al een volksnaam, Door hun vermeende geneeskracht associeerde men ze met heiligen en hun namen.

Heilig zijn mensen die in hun leven ‘helend en heilzaam’ voor anderen zijn. Vaak werd een heilige aangeroepen om dezelfde kwaal als waartegen het kruid gebruikt werd. Soms bloeide het kruid op de dag dat een heilige herdacht werd volgens de kerkelijke kalender. Het sint-janskruid bloeit bijvoorbeeld op 24 juni, het naamfeest van Johannes de Doper. De plant verwijst naar hem.

In de stilte van een tuin

Claris Beatrijs Corveleyn vertelt in het boek ‘De rijke wereld van kloostertuinen’ dat ze zich elke keer weer verwondert over de levenskracht die in kleine zaadjes verborgen zit. Dat er uit zoiets kleins een grote, aromatische plant kan voortkomen. Ze voelt verwondering en respect voor zo veel levenskracht, verscholen in wat klein en kwetsbaar is. Beatrijs zaait in stilte, met aandacht en zorgt dat de grond vochtig blijft.

Hemelse wijsheid?

Sober en eenvoud betekenen voor Beatrijs niet saai, maar smaakvol, geurig en fleurig. Rijkdom ligt voor haar verscholen in ‘armoede, in solidariteit met mensen en dieren, in verbondenheid met moeder aarde en de barmhartige God, de Eeuwige.

Kervel

Het kruid heeft zwakke takjes En draagt in vele schermen luttel zaad, Maar alle seizoenen blijft het groen en vers En brengt zijn rijke oogst de armen troost.

Moederkruid

Ik verenig – als een vrouw – mijn kracht in een sierplant. Monniken brachten mij mee van zuid naar noord. In een boerentuin zaai ik mij vrolijk uit. Ik straal!

Citroenmelisse

Ik ben overal thuis, en zaai mezelf uit. Mijn blaadjes, fris als citroen, waren bekend als karmelietenwater. In de keuken en bij de bijen ben ik nog steeds geliefd.

Dille

Fijn van smaak zijn mijn zaden, fijn als mijn blad in de zomer. Eeuwenlang wieg ik met mijn geur kinderen in slaap en dromen anderen van geluk.

Rozemarijn

Een streling door mijn takken beantwoord ik met een wolk vol geur. Elke aanraking raakt mij en ik behaag de ander. Gedroogd is mijn smalle blad scherp als een naald, maar sterk als het leven, Blijft mijn smaak. In de winter bloei ik blauw, de hemel open

Tijm

Klein maar sterk, als kleine struik zoek ik mijn weg, soms kruipend, in de zon. Mijn blad behoudt gedroogd het aroma. Als hoestdrank blijf ik ook geliefd. Mijn kracht: veelzijdig verscholen in het kleine blad.

Bron: De rijke wereld van kloosterkruiden – Tini Brugge & Vanessa van Koppen

Kloostertuinen in Nederland, enkele tips

Megen – Hof van Lof

Kloostertuin Minderbroeders franciscanen

Kloosterstraat 6

5366 BH Megen

www.hofvanlof.nl

 

Egmond-Binnen

Kloostertuin van de Sint-Adelbertabdij

Abdijlaan 26, 1935 BH Egmond-Binnen

www.abdijtuinegemond.nl

 

Steyl

Boranische tuin met kruidentuin Jochumhof

Maashoek 2-B, 5935 Steyl

www.jochumhof.nl

 

Utrecht

Pandhof kruidentuin bij de Dom

Mariaplaats, Utrecht

www.pandhofsintemarie.nl

 

Ter Apel

De Kruidentuin, pandhof

Museum klooster Ter Apel

Boslaan 3-5, 9561 LH TER APEL

www.kloosterterapel.nl