Welkom in de Kluis.

Kluizenaar 2.0, zoals Reintje Stomphorst zich noemt, blogt vanuit de kluis van het Klooster in de Cloud.

‘Ga in uw binnenkamer, sluit de deur en bid tot Uw Vader in het verborgene’ (Matt 6:6).

Reintje is betrokken bij de getijdengemeenschap de Binnenkamer. Ze heeft in haar huis een eigen binnenkamer gecreëerd, een kleine kapel onder de nok van het huis. Daar neemt ze de tijd om zich geregeld terug te trekken in haar eigen binnenkamer: de innerlijke ruimte die ieder mens heeft om zich te oefenen in bidden en beminnen.

Waarom je terugtrekken op zo’n plek? Er gaat een chassidisch verhaal over een man die vertelt dat hij altijd naar een open plek in het bos gaat om tot God te bidden. ‘Waarom doe je dat’, vraagt iemand hem, ‘God is toch overal?’ De man antwoordt: ‘God is wel overal bij mij, maar ik ben niet overal bij God.’

Zo is het ook bij Reintje. Door haar chronische ziekte is het voor haar ook een noodzaak om een prikkelarme ruimte thuis te hebben. Reintje gunt ons met haar inspirerende blogs een open blik in haar binnenkamer en we nodigen je als lezer uit uw eigen binnenkamer te betreden. Zo’n plaats waar je alleen bent, waar je rust vindt, waarop tijd even wegvalt, een moment om tot jezelf en tot God te komen. Thuis of ergens buiten. Dat kan op elk moment van de dag of van de nacht. Als je maar stil bent, van binnen, om open te gaan voor Gods aanwezigheid.

Wil je reageren op de blogs van Reintje of met haar in gesprek gaan? Dan kan dit via de groep “Reintje’s kluis” in het besloten deel van het Klooster in de Cloud. Iedereen die participant is, kan zich inschrijven voor deze groep. Haar blogs worden ook op de community group van De Binnenkamer op Facebook geplaatst. Ook daar kun je reageren.

Boven op zolder, onder het schuine dak heb ik een plek ingeruimd om stil te zijn. Een kaarsje en een krukje, meer heb je niet nodig. Nou ja, bij mij hangt de ikoon van de vriendschap er ook en er ligt een bijbeltje en er staat een zandloper.

De plek is geduldige uitnodiging. Al ben ik beneden bezig, ik ben me ervan bewust dat daar boven iets of Iemand me nodigt: ‘kom maar zitten, maak het stil in je zelf, zoek God of beter nog, laat je vinden.’ Ik ben heel blij met die plek, ik kom er graag.

Er gaat ook bijna geen dag voor bij of ik ga minstens eenmaal de trap op naar zolder.

Die stille ruimte daarboven is in mijn leven als de kanarie in de mijnschacht. Als ik vaak op de uitnodiging in ga, gaat het goed met me. Als ik er niet aan toe kom, is er iets aan de hand. Ik ben te druk, te moe of er zijn te veel emoties om stil te kunnen zitten. Het beste dat ik dan zou kunnen doen is toch de trap oplopen, de kaars aansteken, de zandloper omdraaien en zitten en blijven zitten zolang het zand loopt.

Als ik zo onrustig ben, helpt het vaak om eerst iets te lezen. Een gebed of een psalm. Ik lees dan tot iets me raakt, herlees dat gedeelte en leg dan de tekst aan de kant. Of ik bid mee met het getijdengebed van de Binnenkamer en als de voorganger klaar is met bidden, bid ik nog even verder, vertel wat me bezielt, bezeert of bezighoudt tot ik stil val en alleen nog maar luister.

Jarenlang was het eerste beeld dat ik te zien kreeg nadat ik mijn computer opgestart had: ‘laten we eerst maar eens niets doen.’

Ik had in die tijd veel dadendrang. Kinderen naar school helpen, om half 9 achter het bureau, mail onmiddellijk beantwoorden, om 10 uur de eerste afspraak buiten de deur, minstens drie avonden in de week vergaderen, dat werk. Ik word nog moe als ik er aan denk. Als het werk af geweest was op het moment dat ik ‘s avonds in mijn bed stapte, was het misschien nog te doen geweest, maar het werk was nooit af.

Drukdrukdruk, ik was er klaar mee! Als er altijd nog werk blijft liggen, kun je maar beter goed voor jezelf zorgen.

En zo kwam het dat ik de woorden: ‘laten we eerst maar eens niets doen’ op mijn computer zette.

Na verloop van tijd begon het te werken. Als ik naar de computer liep, dacht ik: ‘o ja eerst even niets.’ In plaats van me ‘s ochtends in het werk te storten, kwam er een moment van bezinning. Wat werd er vandaag van mij verwacht? Wat verwachtte ik van mezelf? En ook, wat hoefde er niet? Ik plande mijn vrije tijd eerst. Vanuit niets naar iets. Want werktijd loopt heus wel vol. Wie is er niet druk?

Tomas Sjödin schrijft in zijn boek ‘Leven vanuit rust’: ‘Elke morgen worden we wakker in een wereld die we niet zelf geschapen hebben. Maar zij is er gewoon en wij bevinden ons daar middenin.’ Ook hij denkt vanuit rust en niet vanuit actie.

Het openingsscherm werd ook mijn screensaver. Als ik me na een telefoontje weer naar de computer keerde, was alles verdwenen waar ik mee bezig was geweest. In plaats daarvan liep de zin ‘laten we eerst maar eens niets doen’ in een hypnotiserend laag tempo over het beeldscherm.

Inmiddels heb ik aan het eind van mijn energie nog een heel stuk dag over. Ik kan niet meer drukdrukdruk zijn. Ik heb er lang over gedaan om daar aan te wennen. De computer staat stof te verzamelen. 

Het boek van Tomas Sjödin heeft als ondertitel: ‘Stel je voor: jij doet niets en de wereld draait gewoon door.’ Ik heb daar ruime ervaring mee opgedaan! 

Hoe voorkom jij dat je door blijft rennen?

Ergens in je leven doemen de tegenslagen op. Voor veel kinderen veel te vroeg en uiteindelijk komt bijna niemand zonder kleerscheuren groot. We hebben in ons leven veerkracht nodig! Zeker in een pandemie!

Ik keek de kunst onder andere af bij Martha een boerin van boven de 90. Ze was de laatste jaren van haar leven vaak te vinden op een bankje tegen de zijmuur van de boerderij waar ze eindeloos kon kijken over de weilanden. Op dat bankje had ze ook zo vaak de aardappels geschild toen rond etenstijd de een na de ander hongerig aanschoof aan haar tafel.

Mij werd gevraagd Martha te bezoeken. Ze was van een trapje gegleden en had haar heup gebroken, nu was ze voor verder herstel opgenomen in de hoogbouw van  een  verzorgingshuis. ‘Waarschijnlijk’ zei de boodschapper ‘kan ze nooit meer terug naar huis. Wat moet die boerin op een eenkamerflat vierhoog? Ze is geboren op die boerderij en nooit verhuisd en dan op je oude dag zo terecht komen…,’ Ze schudde haar hoofd en haar ogen draaiden naar boven.

Ik bezocht Martha een paar keer.

Ze had de klusjesman gevraagd om een lange plank met een contragewicht. Ze schoof het raam, dat zijwaarts openging een stukje open en stak de plank naar buiten. Op het eind van de plank legde ze zaadjes voor de vogels. ‘Ik weet wel waar ze van houden’, zei ze. Iedere dag voerde ze zo vier hoog de vogeltjes en iedere dag trok ze de plank een paar centimeter naar zich toe, de kamer in.

Op een dag vroeg Martha toen ze me binnenliet: ‘je kunt wel stil zitten he?’ Ze wees me een stoel en zette het raam open. Ik zag dat de plank verdwenen was. Op de vensterbank lag vogelvoer. Ze kwam naast me zitten en samen wachtten we roerloos en in stilte af. Het was fris in de kamer, zo bij het open raam.

Al gauw kwamen de vogeltjes naar binnen om op de vensterbank zich te goed te doen aan  al het lekkers. Ze vlogen af en aan. De meeste pikten snel een zaadje om dan weer weg te vliegen, een enkeling bleef het ter plekke opeten en keek met het snaveltje nog vol al naar het volgende lekkere hapje. Ik keek van de vogeltjes naar Martha, haar gezicht straalde.

Nu de pandemie aanhoudt is het te hopen dat we veerkracht hebben of ontwikkelen. Als je veerkracht kon kopen zou er dan voor het loket net zo’n rij staan als voor de teststraten? Dat kan niet, we kunnen elkaar wel helpen aan inspirerende voorbeelden. Wie gaf jou een goed voorbeeld?

 
 
 
Zit ik aan een tafeltje met een paar mensen te praten over kerst, zegt een van de vrouwen met heimwee in haar stem: ‘als ik de melodie hoor van -stille nacht heilige nacht- ruik ik de chocolademelk van vroeger’. Er viel even een stilte,toen zei een andere tafelgenoot terwijl ze een servet in elkaar frommelde: ‘Ik ruik dan niets, hoogstens familieruzies.’

Dit jaar wordt het in Nederland opnieuw een stille nacht, weer geen volle kerken tijdens de kerstnacht.

Verlang jij vooral vooruit of achteruit?

Een kind kijkt uit naar de volgende verjaardag, naar het kerstfeest dat komt. Zelfs als de teleurstelling groot is omdat het kerstspel waarvoor zo intensief geoefend is en waarnaar verlangend werd uitgekeken niet doorgaat, blijven de meeste kinderen vooruitkijken.

Wanneer maken we de omslag van uitkijken naar het feest dat komt naar met heimwee omzien naar het feest dat geweest is?

Terwijl veel mensen zuchten van teleurstelling omdat er weer een kerst is met hooguit vier gasten per dag, zijn er kleuters die helemaal niet weten dat je kerst met heel veel mensen kunt vieren.

Maar er zijn ook mensen als de tafelgenoot hierboven, die dankbaar zijn dat ze opnieuw een jaar ontslagen zijn van de hutbroei die in hun familie onvermijdelijk verbonden is aan te lange dagen te dicht op elkaar zitten.

En er zijn mensen die terugverlangen naar de tijd dat ze nog vier mensen hadden om uit te nodigen. 

Verlang je naar de kerst die komt als we met Corona hebben leren leven of verlang je terug naar die kerst ooit, misschien jaren geleden?

Kerst vieren kent altijd een dubbele beweging. In al die kerstliederen, kerststallen en kerstspelen gedenken we het moment dat God in Jezus naar de wereld kwam. De omstandigheden waren niet ideaal.

Maar kerst is meer dan het kindje in de kribbe, meer dan een verhaal van toen en ooit.

Het gaat er ook om hoe we nu en iedere dag God verwelkomen in ons leven. Ik hoop voor je dat daar meer ruimte voor is in de stilte van een lockdown dan in overvolle winkelstraten en overladen kerstmaaltijden.

En volgend jaar, wie weet…

Kerst draait om een verhaal dat ons herinnert aan onze toekomst.

Gezegende kerstdagen!

In de kerk van mijn jeugd duurden de voorbeden net zo lang als een preek bij de vrijzinnigen. De predikant (altijd een hij) was al die tijd alleen aan het woord. Er was geen ruimte voor stil gebed en ook het ‘onze Vader’ moesten we als gelovigen in ons hart mee bidden, alleen de predikant sprak de woorden uit. Wij hielden in onze kerk niet van formuliergebeden of bidden van een blaadje. Toch zat er wel enige structuur in. Als de predikant gebeden had voor de vervolgde christenen en het koningshuis, wist je dat het bijna afgelopen was.

De lengte van het gebed en de eentonigheid van de stem vroeg veel van de aandacht van de gemeenteleden. 

Jaren later bad ik regelmatig mee met getijdengebeden van de kloosterorde van de Karmelieten. Ik maakte ook kennis met hun leefregel. Daar in staat dat ter vervanging van het getijdengebed ook series onzevaders gebeden kunnen worden. Zeven voor een ochtendgebed, 14 in de plaats van de vespers, dubbele aantallen voor de zondag,  tot zelfs 50 keer in de nachtwake van een feestdagen. 50 onzevaders? 50?

De pater legde uit dat die regel er was voor broeders die analfabeet waren of geen gebedenboek hadden. Wat kan het nut zijn van zoveel onzevaders bidden vroeg ik. Hij zei: ‘tja, kijk, ik denk dat men zich realiseerde dat het voor de hemelse vader niet uitmaakt, Hij is er al als wij zelfs maar denken aan bidden, maar de vraag is of wij er wel zijn als we bidden’.  

Hoeveel onze vaders hebben wij nodig om aanwezig te komen in het gebed?

Simone Weil had daar een oefening van gemaakt. Ieder dag voor ze naar haar werk ging probeerden ze het onzevader een keer met volle aandacht te bidden. Als ze afgedwaald was begin ze opnieuw net zolang tot het haar gelukt is. Ze vertelt niet hoe vaak ze overnieuw moest beginnen. Ze beschrijft wel wat het met haar doet. ‘Dikwijls begin ik nogmaals uit pure vreugde. De kracht van deze oefening is buitengewoon en verrast mij iedere keer weer, want hoewel ik het iedere dag doe, overtreft het telkens mijn verwachting’. 

De Karmelieten en Simone Weil leerden mij op een nieuwe manier bidden. Met aandacht voor de aandacht tijdens het bidden. 

Wat het met Simone Weil doet om dagelijks zo het onzevader te bidden, en wat je bidt als je het onze Vader bidt, daarover gaan we in gesprek tijdens de retraite half februari. Je kunt je daarvoor nog aanmelden.